Behandelen van nierstenen

Behandeling van nierstenen is niet altijd nodig. Als de steen geen pijn of infecties veroorzaakt en de nierfunctie er niet onder lijdt, kan worden afgewacht. Tijdens periodieke controles houdt de uroloog in de gaten of de steen groeit. Het is beter om een groeiende steen te behandelen.

Klachten ten gevolge van nierstenen vragen om een snelle behandeling. Een vastzittende steen kan felle, krampachtige pijn veroorzaken. Dit wordt ook wel koliek genoemd. Daarnaast kan een vastzittende steen leiden tot een ernstige infectie. Vandaar dat nierstenen die gepaard gaan met koorts en algemeen ziek-zijn een snelle behandeling vereisen.

Als de niersteen geen acute klachten veroorzaakt kan rustig worden gekeken naar de meest geschikte behandeling. Als duidelijk is dat de steen verwijderd moet worden, gaat de uroloog bepalen welke techniek met de minste belasting voor de patiënt, het beste resultaat oplevert. Dit is afhankelijk van de soort steen (als dit bekend is) en waar de steen zich bevindt. De steen kan zich in de gehele urineweg bevinden: in de nier, in de urineleider of in de blaas.

Mogelijke behandelingen

ESWL

De niersteenvergruizer wordt ook wel ESWL genoemd, wat staat voor Extracorporal Shock Wave Lithotrypsie. De niersteenvergruizer werkt met geluidsgolven. Deze geluidsgolven 'tikken' als het ware de niersteen kapot. Het resterende gruis kan dan door de patiënt worden uitgeplast. De ESWL-sessies vinden plaats op vrijdagnamiddag in het daghospitaal op campus Sint Jozef.

Via de blaas en de urineleider omhoog (Ureterorenoscopie)

De urineleider is een smalle buis die de nier met de blaas verbindt. Het is mogelijk een buisje hierdoor tot in de nier te schuiven. Deze uiterst fijne buisjes bevatten een camera en een kanaaltje waardoor een laser of pneumatisch hamertje tot bij de steen kan worden gebracht. Zo zijn we in staat om de steen te verpulveren. De stukjes gruis kunnen door de urineleider worden verwijderd of worden spontaan geloosd.

Via de flank in de nier en de urineleider omlaag (Percutane nefrolitholapaxie)

Grote of moeilijk bereikbare stenen die zich in de nier of urineleider bevinden, kunnen het beste met deze methode worden behandeld. De patiënt gaat bij deze behandeling onder narcose. Met een naaldje wordt via de flank in de nier geprikt. Het kanaaltje dat daardoor ontstaat vormt de toegang waardoor we in de nier komen. Na oprekken kan hier een buisje met een camera doorheen. Zo kan de steen worden opgezocht en vergruisd. Nadat alle stukjes via het kanaaltje verwijderd zijn, wordt hierin een slangetje achter gelaten. De derde dag na de operatie wordt dit slangetje verwijderd.