Behandeling

We kunnen diabetes type 1 helaas niet genezen, maar wel goed behandelen. Het is een zeer intensieve behandeling waarbij de ouders, leerkrachten, sportbegeleiders… ook nauw betrokken zijn.

We moeten als het ware de verloren functie van de pancreas, namelijk het produceren van insuline, nu zelf van buitenaf gaan overnemen. Dat doen we in 2 stappen:

  • Het bloedsuikergehalte meten
  • Telkens een correcte insulinedosis toedienen

Het bloedsuikergehalte controleren

  • Via een vingerprik: hierbij wordt het gehalte aan suiker gemeten in het bloed.
  • Via een glucosesensor: deze sensor zit onder de huid en houdt continu het glucosegehalte in de gaten. Dit heeft als voordeel dat we een overzicht krijgen van de glucoseschommelingen tussen de maaltijden door en tijdens de nacht. Dit geeft veel extra informatie, waardoor de therapie beter opgevolgd en geoptimaliseerd kan worden.

glucosesensor

Insuline toedienen

  • Via insulinepentherapie: hierbij maken we doorgaans gebruik van een basaal-/bolusschema. Dit wil zeggen dat er 1x per dag een langwerkend insuline wordt ingespoten en 3-4x per dag een ultrasnelwerkend insuline.
  • Via insulinepomptherapie: dit is een klein uitwendig apparaatje met een slangetje of katheter, aangesloten op een infuussetje in je buik, billen of bovenbenen. De pomp moet je 24/7 dragen omdat het continu insuline toedient. Verder geeft dit slim toestel je ook bolusadvies op basis van je glycemie (bloedsuikergehalte) en de hoeveelheid koolhydraten die je neemt. Met dit systeem zijn er aanzienlijk minder prikjes nodig.

Het doel van deze behandeling is het normaliseren van het suikergehalte in het bloed, zodat het kind of de jongere zich goed en fit voelt én zodat er in het lichaam zo weinig mogelijk schade aangericht wordt door schommelende, hoge bloedsuikerwaarden.

insulinepentherapieinsulinepomptherapie